Home Organisatie Monumenten Activiteiten Terugblik Weblinks Contact Zoeken
 



Achtergrondinformatie 2014
Van Groningen naar Leeuwarden. Hoe lang doen we daarover. Volgens de ANWB routeplanner is het van de Grote Markt in Groningen naar de Turfmarkt in Leeuwarden precies 1 uur en 28 minuten.
Met de trein gaat het sneller en ben je er al in zo’n 50 minuten. Kosten 9 euro en 60 cent.
Dat is nu. Vroeger was dat wel anders. Ik wil het vandaag achtereenvolgend hebben over de kleiweg, de vaarweg, de straatweg en de spoorweg.

De kleiweg

Al in de Middeleeuwen was er een route tussen Groningen en Friesland.
De weg liep over Steentil, via Aduard, Zuidhorn, Noordhorn en dan naar Oxwerd en Gerkesklooster en verder naar Friesland.
Het klooster in Aduard had belang bij een goede verbinding met de stad. Monniken verbleven regelmatig in het stads hof aan de Munnikeholm. En ook de producten van de kloosterboerderijen, die ze niet zelf gebruikten moesten op de markt in Groningen verhandeld worden. Maar de kleiweg was modderig en in de winter nauwelijks begaanbaar.

Op veel plekken heette de weg Heerweg, Heereweg of Heirweg. Dat was omdat de weg ook belangrijk was voor de verplaatsing van legers. Bijvoorbeeld in het begin van de 15e eeuw toen de route over Steentil het decor vormde van de strijd tussen de Schieringers en Vetkopers. Later, aan aan het eind van de 16e eeuw vond bij Noordhorn de slag plaats tussen Staatsgezinde - en Spaansgezinde troepen plaats.

Op de kaart van de weg on de omgeving van de Steentilbrug uit het laatste kwart van de 17e eeuw is goed te zien dat het toen om een driebogige brug ging.
Nu is er nog maar één boog. Al in de 16e eeuw werd er gesproken van een café bij die brug. In een rekening uit 1595 wordt Pieter Jansz vermeld als “weert up Steentil”. Nog niet zo lang geleden was café Siegers een bekende pleisterplaats voor schippers op het Aduarderdiep. Het café is nu verdwenen, maar het huis staat er nog.

Ook in Aduard stond er een herberg langs de weg Groningen – Leeuwarden. Al in 1733 wordt gesproken van “de herberg buiten Noorderpoorte aan die weghe”.
In het begin van de vorige eeuw was hier logement Brouwers gevestigd. Daarna werd het het voor vele Aduarders nog bekende dorpscafé met Wiert Meijer achter de tap. Nu is in dit prachtige rijksmonument het sterrenrestuarant Onder de Linden

Over de weg kwamen tot eind 18e, begin 19e eeuw de marskramers. Daarover later op de avond meer. Ze werden niet hoog aangeslagen. In 1765 werd nog door de provincie Groningen een plakkaat afgekondigd tegen illegale aanwezigheid van marskramers, joden, omlopers met kleine koopmanschappen, kijkkasten, of andere vertoningen, liedjeszangers, schaarslijpers, ketellappers, vagebonden, landlopers en bedelaars.


De Vaarweg

Maar het transport over de dikwijls modderige kleiwegen bleef moeizaam. Steeds meer was er behoefte om grotere hoeveelheden te kunnen vervoeren. Dat ging makkelijker per schip.
En om dat vervoer te verbeteren werd in de 1-ste helft van de 17e eeuw de trekvaart van Groningen naar Stroobos gegraven ofwel het Hoendiep. En langs het Hoendiep kwam een trekweg. Bij Briltil werd tol geheven. En van daaruit liep een schipsloot in de richting van het dorp. Er was veel bedrijvigheid in Briltil. Zo waren er in de 19e eeuw verschillende molens, een melkfabriek, een sigarenfabriek en een scheepshelling. En er waren ook twee café’s want schippers en scheepsjagers hielden wel van een borreltje. Bij het veerhuis op het kruispunt van waterwegen werd ook kermis gehouden. Paarden konden in de doorrid gestald worden.
Met het tot stand komen van het Van Starkenborghkanaal verdween de scheepvaart over het Hoendiep. En ook de bedrijvigheid in Briltil is grotendeels verdwenen.
Nu is er een restaurant in het vroegere Veerhuis.

Ook bij het Noordhornertolhek, de naam zegt het al, werd tol geheven. En ook daar waren er verschillende mogelijkheden voor schippers en scheepsjagers een borreltje te halen. Het tolhuis was tevens herberg, winkel en paardenstal. Er was nog een café met winkel. En dan was er ook nog een smid. Op dinsdag, als er markt was in Groningen kwamen er wel dertig snikken langs het tolhek. Nu is ook hier alle bedrijvigheid verdwenen.Toen ik langs kwam om foto’s te maken, heerste er een serene rust.

Even verderop bij Gaarkeuken kwam er een schutsluis in het Hoendiep. In het midden van de 19e eeuw stonden er vijf huisjes bij de sluis. In vier daarvan was een kroegje. Soms moesten schippers er lang wachten voor ze geschut konden worden. En alcoholcontrole bestond toen duidelijk nog niet. Toen de sluis rond 1980 vernieuwd en vergroot werd moesten de vijf huisjes verdwijnen.

De Straatweg

Maar ook het verkeer over de weg nam toe onder andere met postkoets of diligence.
De postkoets ging 2 keer per dag van Groningen naar Leeuwarden. De reis duurde zo’n 6 uur en kostte 30 stuivers per persoon. Het stadsbestuur van Groningen stelde daarvoor de regels vast.
Langs de weg waren verschillende herbergen en tapperijen, pleisterplaatsen voor reizigers en paarden. Grote, voorname herbergen kregen veelal in de tweede helft 19e eeuw een bovenzaal. Daar kwamen dan de rijke boeren bijeen en vergaderden de rederijkers. Deze herbergen hadden een doorrit waar de boer paard en koets kon stallen.

Op de plaats van hotel In ’t Holt stond al omstreeks 1655 een logement met de naam Brants Hoekhuys, Het uiteindelijke hotel met verdieping herbergde vanaf 1864 ook het Waterschap en vanaf 1887 vond ook het gemeentehuis er onderdak. In 1909 kreeg het Waterschap een eigen onderkomen en in 1914 werd het nieuwe, nu oude Raadhuis gebouwd. Nu is In ’t Holt nog steeds een hotel en restaurant.
Ook de Gouden Leeuw in Noordhorn was één van de pleisterplaatsen langs de weg van Groningen naar Friesland. Al in het beging van de 17e eeuw stond hier een taveerne. In 1830 werd het verbouwd tot herberg met bovenzaal en een doorrit.
Naast het café sloeg de Oude Heerweg af om verder te gaan naar Niezijl en dan verder naar Friesland. De oude weg is nu nog in het weiland achter de Gouden Leeuw te zien.

Het rijden in de postkoets was geen pretje. Zowel de vering als de wegen waren slecht. Dus werd men flink door elkaar geschud. Pas na 1800 begon men met het aanleggen van straatwegen met klinkers. Ook de weg van Groningen naar Leeuwarden moest worden aangepakt. Er is lang gesteggeld over het tracé, maar uiteindelijk werd in 1843 de Friesestraatweg aangelegd.
De weg boog voor Dorkwerd af en ging dan bij Nieuwklap over het Aduarderdiep. Er kwam een draaibrug, de nieuwe klap en er werd tol geheven. Dus was er ook een café. Oorspronkelijk lag het café dichter bij de brug en het diep. In de 30er jaren van de vorige eeuw werd het huidige café gebouwd. Toen kwam ook de huidige vast brug er.

Na Nieuwklap liep de weg dwars door de weilanden ten zuiden van Aduard naar Zuidhorn en vervolgens dwars door de dorpen Zuidhorn, Noordhorn, Niezijl, Grijpskerk en Visvliet en verder. De inwoners van Aduard waren hier niet gelukkig mee. Nu is men alleen maar blij wanneer een weg niet dwars door het dorp gaat. Tijden veranderen.

De Spoorweg

Inderdaad tijden veranderen. Ofschoon de nieuwe weg een grote verbetering was voor het reizen per postkoets, duurde dat toch niet lang meer, want in 1866 kwam de spoorlijn tussen Groningen en Leeuwarden gereed. En dat was het einde van de postkoets op dit traject. Op 1 juni werd de spoorlijn feestelijk geopend.
In het begin gingen er dagelijks 5 of 6 treinen van Groningen naar Leeuwarden en terug. De trein deed er bijna twee uur over. De rit kostte in de derde klasse één gulden en 35 cent.

Het station in Zuidhorn werd in 1868 gebouwd volgens het standaardtype van waterstaat. Tegenover het station lag het stations koffiehuis Welgelegen. Het was café, hotel en tevens stalhouderij. Hier kwamen de boeren uit de omgeving aan, stalden hun paarden en rijtuig om vervolgens met de trein verder te gaan. Het station werd, helaas volgens mij, in 1975 afgebroken. En ook het stations koffiehuis bestaat niet meer. Er is nu een architectenbureau gevestigd.

Ook tegenover het station in Grijpskerk was een stations koffiehuis. Het stationsgebouw is verdwenen en het stations koffiehuis is een woonhuis geworden.

Het station in Visvliet is een apart verhaal. Het werd in 1892 gebouwd ergens midden in de weilanden, meer dan een kilometer van het dorp vandaan. Er stapte zelden iemand in of uit, maar toch lag het daar als een soort van baken in de ruimte. Met ernaast natuurlijk een stations koffiehuis.
In 1983 werd het stationsgebouw afgebroken, heel snel bijna stiekem. Iedereen dacht, dat het op de monumentenlijst stond, maar dat was niet zo. Het gebouw was weg voordat de inwoners van Visvliet tot actie over konden gaan. Nu stopt de trein er zelfs niet meer en rest alleen nog de herinnering aan een bijzonder station en een spoorwegovergang.

Slot
Zoals jullie misschien gemerkt hebben, heb ik herbergen, taveernen en tapperijen een beetje als rode draad bij mijn verhaal gebruikt. Want die waren overal op strategische punten, bij bruggen, sluizen, tolhekken en stations. Ik heb ze lang niet allemaal genoemd en heel veel zijn er verdwenen. De snelheid waarmee afstanden tegenwoordig worden afgelegd, maakt zulk soort pleisterplaatsen overbodig.
Toch niet helemaal. Immers de plek waar wij nu zijn, ligt ook langs de route tussen Groningen en Leeuwarden en is nog steeds een pleisterplaats.
Al in het midden van de 19e eeuw stond hier op het kruispunt van wegen café Quatre Bras. Mensen onderweg van en naar de markt in Groningen, stopten hier voor koffie of iets een borreltje. Later werd het het café Hansen. En nu is het dit hotel waarvan de laatste uitbreiding nog maar net klaar is. Niet meer zozeer als pleisterplaats voor reizigers van Groningen naar Leeuwarden maar wel voor vele anderen, zoals vanavond bij Open Monumentendag.