Home Organisatie Monumenten Activiteiten Terugblik Weblinks Contact Zoeken
 



Achtergrondinformatie 2007
De Gast en de Hoofdstraat vormen samen de architectonische ruggengraat van Zuidhorn. Het woord ‘gast’ betekent ‘hooggelegen zandrug’: de naamgeving van de straat verwijst naar de ondergrond waarop ze is aangelegd. De zandrug onder De Gast ligt 4 tot 5 meter boven NAP, is 500 tot 1.000 meter breed en heeft een lengte van 5 kilometer. De Gast, een door statige eiken geflankeerde laan, biedt een schat aan bouwstijlen: neoklassieke woningen, Delftse School-architectuur, statige neogotische panden en chique ogende Art Nouveau-villa’s wisselen elkaar af.
Omstreeks 1850 wordt, veelal in opdracht van rentenierende boeren, een fiks aantal neoklassieke huizen gebouwd aan De Gast. Typerend voor het neoklassicisme is de symmetrische voorgevel met een geaccentueerde ingangspartij. Het neoklassicisme in die dagen is een echte middle class-stijl. De architectuur vertegenwoordigt deugden als ernst, soberheid, eerlijkheid en duurzaamheid. Volgens sommigen ook patriottisme en huiselijke deugden. De Gast 44, waarschijnlijk ontworpen door de plaatselijke architect M. Viets, is een fraai voorbeeld van neoklassicisme.
Het in 1883 gebouwde kantongerecht (daarna lange tijd muziekschool) aan De Gast is een ontwerp van J.F. Metselaar, Rijksbouwmeester van Justitie. Rijksgebouwen mochten niet al te veel kosten. Een ontwerp werd daarom vaak meerdere malen uitgevoerd. Het voormalige kantongerecht in Zuidhorn heeft ‘tweelingbroertjes’ in Ommen en Sneek. Metselaar koos voor een neogotische verschijningsvorm, toentertijd een gangbare architectuurstijl onder Rijksbouwmeesters.
Het vroegere postkantoor (Hoofdstraat 30) is ontworpen door Cornelis Hendrik Peters, evenals Metselaar óók een Rijksbouwmeester. Peters, geboren aan het Martinikerkhof in de stad Groningen, ontwierp maar liefst honderd gebouwen: veelal postkantoren. Het voormalige hoofdpostkantoor van Amsterdam (tegenwoordig winkelcentrum Magna Plaza) is ook van zijn hand. Andere bekende gebouwen van de Rijksbouwmeester zijn het vroegere Groninger Museum en het postkantoor aan de Munnekeholm in de stad Groningen. Een groot deel van zijn carrière hanteerde Peters een neogotische stijl met renaissance-invloeden.
Gedurende de periode 1895-1910/15 worden veel riante behuizingen aan De Gast opgetrokken in de stijl van de Art Nouveau, ook wel Jugendstil genoemd. Het voormalige Nieuwsblad van het Noorden-pand aan het Gedempte Zuiderdiep in de stad Groningen vertegenwoordigt een zeer uitbundige vorm van Art Nouveau: grote raampartijen zijn opgevuld met prachtig glas-in-lood en kleurige tegeltableaus met weelderige bloemmotieven sieren de gevels. De panden in Zuidhorn zijn wat eenvoudiger gehouden: blijkbaar wilde men niet té veel opvallen. Veel Art Nouveau-huizen aan De Gast zijn ontworpen door Klaas Siekman.
Siekman was een publiek persoon met meerdere petten. Hij was én particulier- én gemeentearchitect én waterbouwkundige bij het Waterschap Westerkwartier én ambtenaar Bouw- en Woningtoezicht én directeur van de Vaktekenschool. Deze school werd -hoe kan het ook anders- ontworpen door Klaas Siekman. Blijkbaar werd er in die dagen niet zo zwaar getild aan (ontoelaatbare) belangenvermenging.
Het in 1916 gebouwde voormalige gemeentehuis aan de Hoofdstraat is ook van Siekman. Boze tongen beweren dat het een klakkeloze kopie is van het in 1945 verwoestte laat-middeleeuwse Hoofdwachtgebouwtje dat aan de voet van de Martinitoren stond. Beno Hofman besteedde daaraan uitgebreid aandacht in een uitzending van tv-noord. Hoe dan ook, het vroegere gemeentehuis aan de Hoofdstraat is opmerkelijk vanwege zijn gotische verschijningsvorm.
Heel bijzonder is Hoofdstraat 49, villa Linea Recta, gebouwd in 1925. De villa is een ontwerp van Leendert Cornelis van der Vlugt, de hoofdarchitect van de wereldberoemde Van Nellefabriek in Rotterdam . De naam Linea Recta is heel toepasselijk want ‘rechte lijnen’ lijnen schieten over en weer in de door de Van der Vlugt ontworpen villa. Linea Recta is een van de eerste én tevens schaarse voorbeelden van Functionalistische bouw in de provincie Groningen. Helaas zijn de oorspronkelijke stalen kozijnen van de villa uit onderhoudsoverwegingen vervangen door kunststofkozijnen.
De vanuit Leens opererende architect Willem Reitsema ontwierp een aantal prachtige huizen. Eén daarvan is Wilhelminastraat 24, een buitengewoon geslaagde mix van Amsterdamse School- en Dudok-architectuur. De compacte baksteenmassa is ontleend aan de Amsterdamse School, de geometrische bouwvolumes zijn afkomstig van Dudok. Aan het in 1936 gebouwde huis is een bizarre geschiedenis verbonden. Toen Reitsema het ontwerp aan de gemeente voorlegde, keurde deze de hoogte van het pand af. Er werd dus een beduidend lagere versie gebouwd. Vele jaren later liet de huidige bewoner, aan de hand van originele bouwtekeningen, de bouwvolumes optrekken tot de hoogten die Reitsema voor ogen had. Het gele baksteen voor de verhogingen moest natuurlijk identiek zijn aan het gele baksteen van 1936. De identieke steen werd na lang zoeken gevonden in een stapel afkomstig uit de zeedijk van Terschelling.
De in 1951 gebouwde Gereformeerde Kerk (De Gast 58a) is een pakkend en fraai voorbeeld van Delftse School-architectuur. De Delftse School was een stroming die sterk was gebaseerd op traditionele architectuur uit het verre verleden. Soms is een Delftse School-pand nauwelijks te onderscheiden van een 17e eeuws pand. De architecten van de Delftse School wilden geen beton, staal en glas gebruiken vanwege de afstandelijke machinale bewerking. Daarom werd veel waarde gehecht aan het ambachtelijke, traditionele bouwen met baksteen. De kerk aan De Gast is een ontwerp van architect J. Bosma. De toren met zadeldak doet denken aan die van een oude, traditionele Groningse kerk.
We gaan naar Westergast 1A. Het in 1953 gebouwde voormalige sporthalletje is ontworpen door gemeentearchitect Boersma. In de voorgevel van het gebouwtje is een groot keramisch werk opgenomen van de Groningse keramist Anno Smith (1915-1990). De drie rennende jongens geven de vroegere functie van het gebouw aan: sporten. In zijn geheel was de versiering natuurlijk veel te groot voor een bakoven. Anno Smith ‘versnipperde’ daarom het werk in fragmenten die wél in de oven pasten. De gebakken fragmenten werden daarna weer samengevoegd tot een sluitend geheel. Smiths werkwijze valt te vergelijken met het uit elkaar gooien en vervolgens weer in elkaar zetten van een legpuzzel.
Helemaal onderin de voorgevel van Wilhelminastraat 4 bevindt zich ook een werk van Anno Smith. De woning maakt deel uit van de in 1952 gebouwde Burgerzinwoningen. De gemeente Zuidhorn gaat deze woningen slopen. Hopelijk toont ze respect voor Smiths versiering en behoedt ze het voor vernietiging.

Jaap Ekhart